|
De koper- en coaxiale kabel is nog steeds het grootste ondergrondse communicatienetwerk.
Een goede coaxiale kabel is stralingsarm. Dat wil zeggen dat de hoogfrequent signalen die door de kabel worden getransporteerd niet naar buiten kunnen lekken. Omgekeerd kunnen ook geen hoogfrequent signalen van buiten naar binnen dringen en zo storing veroorzaken. Een coaxiale kabel bestaat uit een binnengeleider met daaromheen isolatie.
De betere kabels zijn vervolgens afgedekt met een metaalfolie waar overheen een mantel van gevlochten metalen draadjes is aangebracht. Dit is de buitengeleider van de kabel. Om deze buitengeleider ligt ook weer een isolatielaag, de buitenmantel. Coaxiale kabels voor de doorgifte van radio en televisiesignalen moeten een impedantie hebben van 75 Ohm. Voor computernetwerken worden kabels met een impedantie van 50 Ohm gebruikt. Het is voor de aanleg van een netwerk belangrijk dat de typen niet verwisseld worden.
Hoe groter de diameter van een coaxiale kabel hoe geringer het signaalverlies. Ook het gebruikte isolatiemedium is van invloed op het signaalverlies. Zo geeft schuimkabel minder verlies dan kabel met een vaste kunststof isolatie. Je kunt daardoor met een schuimkabel grotere afstanden overbruggen.
Hoewel glasvezel het kopernetwerk op den duur zal vervangen, komt het toch niet zelden (uit kostenoverwegingen) voor dat het bestaande kopernetwerk wordt gerestaureerd. DATRONICS adviseert bij restauratie en vervanging van uw bestaande netwerk. Samen zoeken wij de beste oplossing waarbij prijs- en kwaliteitsverhouding de hoofdzaak vormen.
|